Sinds de liberalisering van de Chinese economie heeft het land een periode van immense economische groei doorgemaakt. Maar de focus van China is zich nu aan het verplaatsen, zo schreef The Financial Times vorige week. Er heeft zich dan ook een nieuwe realiteit aangediend, waarin het land zich niet meer louter focust op economische groei, maar zijn zinnen zet op een technologisch krachtige economie die immuun is voor de bemoeienis van de Amerikanen. Daarmee gaat het land de strijd aan met de Amerikanen. Hoe proberen beide grootmachten om hun macht uit te breiden?
Begin deze maand werd bekend dat de Chinese centrale bank ongekend hard heeft ingegrepen, na de publicatie van slechte economische vooruitzichten. Het doel van een economische groei van vijf procent in 2024 staat onder druk. Daarom verlaagde de Chinese centrale bank zowel de beleidsrente, de rente op bestaande hypotheken en de minimumreserves voor commerciële banken. Afgelopen zaterdag kondigde China opnieuw een stimuleringspakket aan door extra schulden aan te gaan en zo de kwakkelende economie te kunnen ondersteunen.
Doel van het pakket is het voorkomen van deflatie en tegelijkertijd het consumentenvertrouwen op te schroeven, zo schreef persbureau Reuters. Naar verluidt wordt er voor ruim 280 miljard dollar aan extra schuld uitgegeven. Ruim de helft daarvan wordt ingezet om lokale overheden af te helpen van de hoge schulden. De andere helft zou als subsidie worden ingezet om mensen met lagere inkomens te ondersteunen.
Maar volgens de Financial Times is er een onderliggend doel van deze stimuleringspakketten. China focust zich volgens de Financial Times niet meer alleen op economische groei en het stimuleringspakket dient niet om consumptie op te schroeven. In plaats daarvan investeert China in technologie die uiteindelijk banen met hoge lonen en stijgende inkomens zal opleveren. Daarnaast bieden deze investeringen de mogelijkheid om een zelfvoorzienende economie te creëren. De Chinezen zijn dan minder kwetsbaar voor buitenlandse inmenging.
Hoe ver die inmenging kan gaan blijkt uit de exportrestricties van ASML. De chipmachinefabrikant uit Veldhoven mag haar nieuwste machines niet meer naar China uitvoeren. De strijd tussen China en Amerika speelt zich niet alleen in de chipindustrie af, ook op andere strategische terreinen strijden de twee grootmachten om dominantie. Dat geldt bijvoorbeeld voor datacenters, onderzeese kabels en bedrading die de fysieke basis vormen van internet. Van oudsher domineert Amerika deze infrastructuur, maar China rukt op. Het past in de strategische visie van China om ook controle te hebben over deze infrastructuur.
Daarbij lijkt er een tweedeling te ontstaan. Uit onderzoek van The Economist bleek dat vijf van de twaalf geselecteerde Zuidoost-Aziatische landen grotendeels draaien op Chinese infrastructuur. Daaronder bevinden zich landen als Thailand en de Filipijnen. Vijf andere Zuidoost-Aziatische landen worden gedomineerd door Amerikaanse infrastructuur. Landen als Zuid-Korea en Japan hebben bijvoorbeeld voor Amerikaanse technologie gekozen. Interessant is dat ook India op Amerikaanse technologie rust. Het land verbood zelfs honderden Chinese apps en stelde onderzoeken in naar verschillende Chinese bedrijven. De tegenstelling tussen BRICS en de G7 lijkt in deze context dus niet op te gaan. In de overige twee van de twaalf landen is het pleit nog niet beslecht.
Een overzicht van het percentage van de infrastructuur in Chinese of Amerikaanse handen. (Bron: The Economist)
Het beheer van datacenters en onderzeese kabels dient een geopolitiek doel. Zowel de Amerikanen als de Chinezen gebruiken de infrastructuur voor spionage en kunnen bepaalde diensten stilleggen. Zo dwong de Amerikaanse overheid techbedrijven om zowel bondgenoten als vijanden te bespioneren. In 2019 ontdekte Papoea-Nieuw-Guinea dat een door China gesubsidieerd datacenter in Port Moresby ‘openlijk gebroken’ versleutelingsmethoden gebruikte om overheidsgegevens te onderscheppen. En hoewel bedrijven als Alibaba en Tencent onlangs bepaalde verzoeken van de Chinese overheid om gegevens te delen weigerden, neemt het risico toe dat de overheid toegang krijgt tot gevoelige informatie naarmate China meer infrastructuur beheert.
Onlangs ging Nout Wellink in een podcast met Holland Gold dieper in op de vermeende voordelen van een handelsoorlog met China. Wellink vertelde in de podcast dat het huidige beleid van het Westen heel erg gericht is op de vertraging van de technologische vooruitgang van China. Volgens Wellink leidt dit er alleen maar toe dat China zich los van het Westen gaat ontwikkelen. Daarnaast is het volgens Wellink heel moeilijk om China technologisch op achterstand te houden. Niet alleen beschikt China over een grote hoeveelheid grondstoffen en een enorme bevolking, ook is het land enorm gericht op innovatie en vooruitgang. De wetten van de natuurkunde werken in China op dezelfde manier als in Europa, dus zou ook China op den duur in staat kunnen zijn om bijvoorbeeld chipmachines zoals die van ASML te produceren.
Mocht het China lukken zijn economie in grotere mate zelfvoorzienend te maken, dan vormt dat juist een extra bedreiging. Momenteel vormt China’s afhankelijkheid van de Taiwanese chipindustrie bijvoorbeeld een grote drempel om geopolitieke spanningen verder op te laten lopen. Maar mocht het China inderdaad lukken om een eigen chipindustrie op te zetten, dan neemt de kans op een gewapend conflict tussen China en Taiwan dus alleen maar toe: ‘Als ze in hun optreden helemaal onafhankelijk zijn van het Westen en op geen enkele manier schadelijke repercussies kunnen ondervinden, dan zijn de vrijheidsgraden om gekke dingen te doen alleen maar toegenomen’, aldus Wellink.
Bovendien kan het Westen ook economische schade ondervinden aan een handelsoorlog. Veel grondstoffen en mineralen worden voornamelijk uit China gehaald. Heffingen vanuit Westerse zijde kunnen dus gemakkelijk met gelijke munt worden terugbetaald, wat dus leidt tot hogere kosten op het Europese continent. De strijd tussen China en het Westen zal nog jaren duren. Wie de strijd uiteindelijk wint is nog hoogst onzeker, maar sceptici zouden ook kunnen stellen dat deze strijd eigenlijk alleen maar verliezers kent.
Kijk ook eens een keer op ons YouTube kanaal
Namens Holland Gold interviewt Paul Buitink verschillende economen en experts op macro-economisch gebied. Het doel van de podcast is om de kijker een beter beeld en houvast te bieden in een steeds sneller veranderend macro-economisch en monetair landschap. Klik hier om te abonneren.