Venezuela heeft een nieuwe stap gezet in de richting van hyperinflatie, want deze week onthulde president Maduro een gloednieuw bankbiljet met een nog hogere waarde van 100.000 bolivar. Het nieuw biljet, dat omgerekend slechts twee euro waard is, moet het voor de lokale bevolking makkelijker maken om betalingen te doen.

Vorig jaar werd er al een compleet nieuwe reeks met bankbiljetten uitgebracht, maar die zijn inmiddels ook al zo goed als waardeloos geworden. Het kleinste biljet van 500 bolivar is ongeveer een eurocent waard, terwijl je met het tot voor kort grootste biljet van 20.000 bolivar amper veertig eurocent aan koopkracht in handen hebt.

Dat betekent dat mensen in Venezuela met stapels bankbiljetten de straat op moeten om boodschappen te doen. Alle spaartegoeden die nog niet waren omgezet in buitenlandse valuta of in tastbare zaken als goud en zilver zijn in een paar jaar tijd waardeloos geworden als gevolg van deze hyperinflatie.

Venezuela lanceert bankbiljet van 100.000 bolivar (Bron: Wikipedia)

Hyperinflatie in Venezuela

Venezuela is door een combinatie van factoren in een hyperinflatie terechtgekomen. De regering heeft de laatste jaren te weinig gedaan om de economie minder afhankelijk te maken van olie, waardoor de daling van de olieprijs in 2014 fataal werd. Het land had grote tekorten op de handelsbalans en zag haar valutareserves snel slinken, waardoor het land min of meer werd gedwongen geld bij te drukken.

Volgens de Venezolaanse president Nicolas Maduro moet het nieuwe bankbiljet van 100.000 bolivar de geldhoeveelheid stabiliseren, maar in de praktijk zal het bijdrukken van grotere biljetten het vertrouwen in de waardevastheid van de munt waarschijnlijk geen goed doen.

Door nog grotere biljetten te drukken stijgt de totale hoeveelheid geld in omloop, terwijl de effectieve koopkracht van de totaal beschikbare geldhoeveelheid juist daalt. Het kenmerkende aan hyperinflatie is een tekort aan geld in omloop, waardoor er steeds meer van bijgedrukt moet worden. Maar in dat proces daalt de waarde van iedere munteenheid sneller dan dat het aantal kan toenemen.

'Speculanten'

Veel economen zullen het erover eens zijn dat de economische problemen in Venezuela voor het grootste deel veroorzaakt zijn door een falend regeringsbeleid, maar president Maduro denkt daar heel anders over. Volgens hem wordt de munt aangevallen door speculanten die tegen de bolivar speculeren. Ook geeft hij de zwarte markt de schuld van de problemen, omdat daar de werkelijke waarde van de munt voor iedereen zichtbaar wordt gemaakt.

Vorige week werd bekend dat de centrale bank van Venezuela niet genoeg geld had om het goud terug te kopen dat ze eerder aan Deutsche Bank had uitgeleend. Venezuela moest vervolgens het goud verkopen om haar valutareserves aan te vullen. Als de hyperinflatie in het land verder uit de hand loopt is het mogelijk dat Venezuela meer goud in de verkoop doet. Volgens Jeffrey Christian van de CPM Group kan dat een licht negatief effect hebben op de goudkoers.