Centrale banken sluiten geen nieuw akkoord over goudverkopen

De ECB en alle andere centrale banken die in 2014 het vierde Central Bank Gold Agreement (CBGA) ondertekenden zien geen noodzaak om een nieuwe overeenkomst te sluiten. Wel bevestigden de centrale banken die de laatste verklaring ondertekenden opnieuw dat goud een belangrijke rol speelt in de wereldwijde monetaire reserves. Ook lieten ze weten dat er geen plannen zijn om significante hoeveelheden goud te verkopen.

De eerste overeenkomst werd in 1999 ondertekend om de geplande goudverkopen door verschillende centrale banken te coördineren. Daarin werd een limiet vastgelegd voor de verkoop van goud, waarmee centrale banken hun intenties aan de markt kenbaar maakten. Op die manier werd voorkomen dat er teveel goud in korte tijd op de markt zou komen.

'Goudmarkt is volwassen en liquide'

Deze overeenkomst tussen centrale banken die in 1999 werd gesloten had een looptijd van vijf jaar en werd uiteindelijk drie keer verlengd, namelijk in 2004, 2009 en in 2014. Bij de laatste werd er geen limiet meer afgesproken, om de simpele reden dat centrale banken geen goud meer op de markt brachten. Sterker nog, wereldwijd zijn centrale banken sinds 2010 weer netto kopers van het edelmetaal.

De ECB schrijft in een toelichting op haar website dat de goudmarkt sinds 1999 sterk in omvang is gegroeid en dat ook de liquiditeit van de goudmarkt is toegenomen. Hieronder ziet u het volledige persbericht van de centrale bank.

De eerste CBGA werd in 1999 ondertekend om de geplande goudverkoop door de verschillende centrale banken te coördineren. Toen het werd ingevoerd, droeg de overeenkomst bij aan evenwichtige omstandigheden op de goudmarkt, door transparantie te bieden met betrekking tot de bedoelingen van ondergetekenden. Het werd drie keer vernieuwd, namelijk in 2004, 2009 en 2014, waarbij geleidelijk minder strenge voorwaarden hanteerde.

Sinds 1999 heeft de wereldwijde goudmarkt zich aanzienlijk ontwikkeld op het gebied van looptijd, liquiditeit en beleggersbasis. De goudprijs is in dezelfde periode ongeveer vijfvoudig gestegen. De ondergetekenden hebben al bijna tien jaar geen significante hoeveelheden goud verkocht en centrale banken en andere officiële instellingen zijn over het algemeen netto-kopers van goud geworden.

De ondertekenaars bevestigen dat goud een belangrijk onderdeel blijft van de wereldwijde monetaire reserves, omdat het nog steeds voordelen van diversificatie biedt en omdat momenteel geen van allen plannen heeft om aanzienlijke hoeveelheden goud te verkopen.

De vierde CBGA, die op 26 september 2019 afloopt, werd ondertekend door de ECB, de Nationale Bank van België, de Deutsche Bundesbank, de Eesti Pank, de Central Bank of Ireland, de Bank of Greece, de Banco de España, de Banque de France, de Banca d'Italia, de centrale bank van Cyprus, de Latvijas Banka, de Lietuvos bankas, de Banque centrale du Luxembourg, de centrale bank van Malta, De Nederlandsche Bank, de Oesterreichische Nationalbank, de Banco de Portugal, de Banka Slovenije, de Národná banka Slovenska, de Suomen Pankki, de Sveriges Riksbank en de Zwitserse Nationale Bank.

Goud als belangrijke reserve

Centrale banken bevestigen met deze nieuwe verklaring dat goud voor hen nog steeds een belangrijke rol speelt als monetaire reserve. Ook laten ze blijken dat ze geen grote hoeveelheden goud meer zullen verkopen. Het is een belangrijk statement, aangezien het edelmetaal binnen het huidige systeem eigenlijk geen monetaire functie meer vervult.

Zoals onderstaande grafiek laat zien hebben Europese centrale banken sinds het begin van deze eeuw grote hoeveelheden goud verkocht. Dat werd snel minder toen in 2008 de kredietcrisis uitbrak. Daarna hebben centrale banken van de verschillende Europese landen besloten om geen goud meer op de markt te brengen.

Europese centrale banken verkopen sinds de crisis bijna geen goud meer (Bron: ECB)

Monetaire reset?

De grote vraag is aan wie de Europese centrale banken het goud hebben verkocht. Het is lastig om daar cijfers van te vinden, maar de kans is groot dat deze goudvoorraden direct of indirect bij opkomende economieën terecht zijn gekomen. Landen als Rusland en China hadden aan het begin van deze eeuw een beperkte goudvoorraad en het vermoeden bestaat dat een deel van het Europese goud in deze landen en in andere opkomende economieën terecht is gekomen.

De achterliggende gedachte is dat centrale banken op deze manier hun goudvoorraden herverdelen naar verhouding tot de omvang van hun economie. Daarmee vergroten Europese centrale banken het draagvlak voor een eventuele reset van het internationale monetaire systeem.