De hyperinflatie in Venezuela heeft een grote impact op het dagelijkse leven van de bevolking. Volgens Bloomberg moeten mensen bij verschillende pinautomaten in de rij aansluiten om voldoende geld te verzamelen voor de dagelijkse boodschappen. Het grootste bankbiljet is omgerekend nog maar twee dollarcent waard, wat betekent dat je voor een mand met boodschappen al bijna een mand met geld nodig hebt.

Om de druk op de pinautomaten te verlichten hanteren sommige banken een limiet van 6.000 bolivar (omgerekend $1,30), maar zelfs dat bedrag is niet bij elke pinautomaat in één keer op te nemen. Daarom staat men niet één keer, maar meerdere keren in de rij om het geldbedrag op te nemen voor de dagelijkse boodschappen.

Limiet op pinnen

Banken proberen het opnemen van geld zoveel mogelijk te beperken en stellen daarom nog lagere limieten in. Het resultaat daarvan is dat klanten soms wel zeven keer hun pinpas in het apparaat moeten stoppen om de limiet van 3.500 bolivar op te nemen. Dat zijn in totaal dus 35 bankbiljetten, met een waarde van omgerekend minder dan één dollar.

In sommige bankkantoren is het mogelijk een groter bedrag te pinnen. Een filiaal van de Banco Del Caribe heeft een daglimiet van 24.500 bolivar, een bedrag dat op dit moment net toereikend is voor een lunch met vier personen. De geldautomaat doet er zes minuten over om de 7,5 centimeter dikke stapel bankbiljetten uit te spugen.

Veel Venezolanen hebben geen andere optie dan om in de rijen bij de pinautomaten aan te sluiten. Betalen met een pinpas is in Venezuela minder ingeburgerd dan in veel Westerse landen. Ook willen veel winkels alleen maar cash hebben, omdat het bij een bankoverschrijving meer tijd kost voordat het geld binnen is. Dat is normaal gesproken geen probleem, maar in een valuta die elke dag minder waard wordt is het een groot nadeel.

Geld pinnen is een ramp in Venezuela