Centrale banken maken de komende jaren een fors verlies door de oplopende rente. Hoewel De Nederlandsche Bank (DNB) wel reserves heeft aangelegd om de verliezen te dekken is het nog altijd mogelijk dat de staat moet bijspringen als de verliezen verder oplopen. DNB zou daardoor ook kunnen overwegen de herwaarderingsreserves van de goudvoorraad aan te spreken, zo schreef Jan Nieuwenhuijs onlangs. Maar hoe werken die herwaarderingsreserves precies en hoe kunnen deze reserves een negatief eigen vermogen van de bank verhelpen?
In een eerder artikel beschreven we al waar het verlies van DNB vandaan komt. Nog even kort; centrale banken betalen rente over de overtollige reserves die commerciële banken zoals de Rabobank of ABN AMRO bij DNB aanhouden. De rente die DNB over deze reserves moet betalen is de afgelopen maanden sterk gestegen. De depositorente staat nu op vier procent, fors hoger dan de negatieve rente die voorheen geheven werd.
Aan de andere kant krijgen centrale banken geld binnen, onder meer via de inkomsten van opgekochte overheidsobligaties. De afgelopen tien jaar hebben centrale banken veel obligaties opgekocht om de economie te stimuleren. De inkomsten uit deze post zijn niet meegestegen met de kosten door de hogere rente. Daardoor ontstaat er nu een verlies bij de centrale bank. Jan Nieuwenhuijs toonde in zijn artikel de versimpelde centrale bankbalans. Links staan bezittingen en rechts de verplichtingen en het kapitaal.
Nu de centrale banken de komende jaren dus verlies gaan lijden, wordt er ook gezocht naar oplossingen. Een centrale bank kan namelijk wel met een negatief eigen vermogen opereren, maar dit tast het vertrouwen wel aan. Centrale banken hebben ook goud op de balans staan. Deze post geldt juist als een bron van vertrouwen. De afgelopen maanden kwamen goudaankopen van onder meer China al in het nieuws. Andere landen, zoals Nederland, beschikken van oudsher al over een grote goudvoorraad. Onlangs beschreven we waarom DNB nog altijd vasthoudt aan goud.
De herwaarderingsreserves van DNB zijn ontstaan doordat DNB in eerdere jaren goud kocht. In de tussentijd, vooral na 1971, is de goudprijs echter sterk gestegen. Stel dat DNB in 1950 een flinke hoeveelheid goud inkocht ter waarde van een miljard. Als de goudprijs in de tussentijd verdrievoudigt, ontstaat er een herwaarderingsreserve van twee miljard. De twee miljard herwaarderingsreserves, samen met de oorspronkelijke waarde van het goud, waarderen de hoeveelheid goud die DNB bezit weer op marktwaarde.
De herwaarderingsreserves worden momenteel hoofdzakelijk aangehouden voor het geval dat de goudprijs daalt. Maar recent gaf Joachim Wuermeling, bestuurslid van de Bundesbank, aan dat de Bundesbank eventueel ook beroep zou kunnen doen op de 180 miljard aan herwaarderingsreserves die de bank ondertussen heeft opgebouwd. De balans van de Bundesbank is door de herwaarderingsreserves gezond en stelt de Bundesbank in staat om een tijdje verlieslatend te zijn, zo citeert Jan Nieuwenhuijs het bestuurslid in zijn artikel.
Mocht er na meerdere verlieslatende jaren zoveel van het kapitaal van centrale banken verdwenen zijn, zou de centrale bank in theorie eenvoudig geld kunnen creëren om zo aan haar verplichtingen te kunnen voldoen. Mocht er een negatief eigen vermogen ontstaan, dan is dat in feite ook een vorm van geldcreatie. In het artikel van Jan Nieuwenhuijs wordt een situatie geschetst waarin commerciële bankreserves toenemen door rentebetalingen aan de commerciële banken, terwijl het eigen vermogen onder de nul duikt. Dit is echter riskant; de geldpers is een verslavend middel, kent geen enkele rem en zorgt voor een enorme breuk in het vertrouwen dat mensen hebben in de centrale bank.
Een andere oplossing zou zijn dat de centrale bank de herwaarderingsreserves gebruikt om financiële klappen op te vangen. De centrale bank kan vrij eenvoudig herwaarderingsreserves overhevelen naar de post kapitaal. Hiermee gooien centrale banken de boekhoudregels wel overboord, aangezien de herwaarderingsreserves normaal gesproken pas gebruikt worden als er daadwerkelijk goud wordt verkocht. Jan Nieuwenhuijs schreef in zijn artikel ook over centrale banken op Curaçao en Sint Maarten die goud verkochten en direct weer terugkochten om zo de regels wel na te leven.
Maar als herwaarderingsreserves kunnen worden gebruikt om verliezen van de centrale bank op te vangen, dan kunnen de reserves ook worden gebruikt om overheden te helpen. Sinds de start van het opkoopbeleid van centrale banken staat een groot deel van de staatsschuld op de balans van de centrale bank van het desbetreffende land. Met name als de overheid van een land een grote staatsschuld heeft, zou de centrale bank ervoor kunnen kiezen een deel van de overheidsschuld kwijt te schelden. In zo’n geval vermindert de post overheidsobligaties aan de linkerkant van de balans, aangezien deze obligaties worden kwijtgescholden. Dit gaat gepaard met een afname van de post herwaarderingsreserves. Dit kan ook in combinatie met een versterking van het kapitaal van de bank als er meer reserves worden afgeschreven dan obligaties.
Het artikel van Jan Nieuwenhuijs gaat ook in op onconventionele maatregelen. De centrale bank zou een nieuw opkoopprogramma kunnen starten. In plaats van obligaties, kan de bank dan ook goud kopen van de private sector. De goudprijs zal dan verder stijgen door de toegenomen vraag naar goud, waardoor de post herwaarderingsreserves ook toeneemt. Dit lijkt een onwaarschijnlijk scenario. Het opkoopbeleid van de afgelopen jaren was erop gericht om banken liquiditeit te verschaffen. Door het opkoopbeleid kregen banken veel liquiditeit, waardoor ze veel ruimte hadden om leningen te verschaffen. Daarnaast drukte dit beleid de rentes op de kapitaalmarkt.
Een opkoopbeleid van goud in de private sector heeft echter veel meer weg van helikoptergeld, aangezien de centrale bank dan direct van huishoudens koopt. En aangezien huishoudens een deel van hun geld sparen en wellicht aanhouden in de vorm van contant geld, is helikoptergeld minder effectief dan als de liquiditeit bij banken terechtkomt die dat geld gebruiken om leningen te verschaffen aan bedrijven, zo luidt de gedachte. Daarom zullen centrale banken waarschijnlijk de voorkeur houden voor kwantitatieve versoepeling via de commerciële banken.
Er zijn dus verschillende manieren om de verliezen van centrale banken op te vangen. Het staat buiten kijf dat de herwaarderingsreserves een rol in kunnen spelen. Dit zet echter ook de deur open om de reserves in te zetten ten behoeve van de overheden en dat is geen oplossing voor de lange termijn, aangezien de reserves ooit op zullen raken. Je kunt je ook afvragen hoe erg het is dat centrale banken een tijd verliezen maken en eventueel een tijd met een negatief eigen vermogen opereren. In Oost-Europa zijn er bijvoorbeeld al centrale banken met een negatief eigen vermogen. Het wordt interessant om te zien wie de verliezen van de centrale banken zullen dragen.