Actuele koersen (kg): Goud €69.697 Zilver €891
    

Hoe verging het Nederland tijdens de gouden standaard?

 

Hoe verging het Nederland tijdens de gouden standaard?

In het vorige stuk in de reeks over monetaire geschiedenis beschreven we de vurige discussie over de dekking van geld. Zo stond het vrijheidsbeginsel, dat banken meer vrijheid wilde geven geld te creëren, tegenover het reguleringsbeginsel, dat juist strenge regels wilde voor de Nederlandsche Bank (DNB). Uiteindelijk ging de wereld over op de goudstandaard en dat had ook gevolgen voor Nederland. Hoe verging het ons land tijdens de periode voor de Eerste Wereldoorlog? 

Van dubbele naar gouden standaard.

In een ander stuk schreven we dat DNB eigenlijk prima kon leven met een dubbele standaard, zoals ons land een groot deel van de negentiende eeuw kende. Mocht er voor een enkele standaard gekozen worden, dan genoot zilver de voorkeur. In Engeland kende men al vroeg in de negentiende eeuw een goudstandaard. In 1871 besloot Duitsland om al het zilvergeld uit circulatie te halen en het zilver op de vrije markt te verkopen. Hierdoor daalde de zilverprijs snel. De gulden, die voorheen door iedereen vrijelijk kon worden geslagen, verloor snel aan intrinsieke waarde. Hoewel de regering abrupt een einde maakte aan het vrije muntsysteem, wilde de Tweede Kamer vasthouden aan het zilver. 

Nederland ging uiteindelijk over op een zogenaamde hinkende standaard, zoals Wim Vanthoor het in zijn boek De Nederlandsche Bank’ beschrijft. Dit stelsel voorzag in de invoering van een gouden tienguldenstuk met 6,048 gram goud per gulden. Daarnaast werd de vrije aanmunting van zilveren munten stopgezet, maar bleven ze wettig betaalmiddel en konden ze alleen voor rekening van de staat worden aangemunt. Daardoor was deze vorm geen zuivere toepassing van de gouden standaard.

Hoewel er dus volwaardige gouden munten werden geslagen, moet wel gezegd worden dat de meeste mensen niet echt met gouden munten betaalden. Het geld bestond voor een groot deel uit laagwaardig geld dat voor de meeste transacties voldeed. Er was daardoor dus veel fiduciair geld in omloop, geld waarbij de nominale waarde hoger ligt dan de intrinsieke waarde. Hieronder vielen ook de munt- en bankbiljetten waar we eerder al over schreven. Alleen grotere denominaties, zoals het gouden tientje, bevatte daadwerkelijk goud. Deze gouden munten werden vooral gebruikt voor internationale handelsdoeleinden. Doordat gouden munten het internationale betalingsverkeer vergemakkelijkten staat de periode van de Gouden Standaard bekend als ‘La Belle Epoque, een periode van vrede en economische bloei.

Beleid DNB

Door de wijdverbreide aanwezigheid van fiduciair geld was de Gouden Standaard in feite een goudkernstandaard, zo valt te lezen in het boek ‘Geld’ van Wim Boonstra. Het goud was opgeslagen in de kluizen van de Nederlandsche Bank ter dekking van het geld en voor de handhaving van de wisselkoers. Mocht de goudhoeveelheid van een land dalen, dan diende de geldhoeveelheid volgens de spelregels van de gouden standaard ook te dalen. Daardoor daalde het prijspeil, maar bleef de waarde van het geld gewaarborgd. Het handhaven van de waarde van de gulden behoorde tot de hoogste prioriteit van DNB en genoot voorrang boven werkgelegenheid en prijsstabiliteit.

Er golden strenge regels voor de uitgifte van het papiergeld. Tot een bepaalde drempel dienden bankbiljetten voor 40 procent gedekt te zijn door goud. Voor biljetten die werden uitgegeven boven de drempel gold een volledige dekkingsplicht. DNB stuurde er op aan dat een groot deel van het goud dat aanwezig was in Nederland ook in de kluizen van DNB belandde. Zo bood de bank voor buitenlandse gouden munten twee gulden meer dan de Munt, die buitenlandse munten ook voor een bepaalde prijs zou omsmelten en laten slaan tot guldens.

De gulden was door het beleid van DNB één van de meest waardevaste munteenheden tijdens de Gouden Standaard. Andere nationale banken probeerden hun goudvoorraad nog wel eens op te krikken. Zo deprecieerde het Britse pond bij tijd en wijle, omdat de Bank of England steeds ponden inwisselde voor goud. DNB wees dit soort tactieken van de hand. Volgens het boek ‘A Financial History of the Netherlands stond het behoud van de waarde van de gulden hoog in het vaandel en daarmee onderscheidde de gulden zich van andere valuta.

Rentebeleid 

Het boek van Wim Vanthoor geeft ook een mooi inkijkje in het rentebeleid van destijds. De Nederlandsche Bank stemde haar rentebeleid vooral af op het beleid van de Bank of England, aangezien London het baken van de Gouden Standaard was. Toch was de rente in Nederland minder veranderlijk dan het Engelse equivalent. Waar DNB tussen 1875 en 1914 de rente jaarlijks gemiddeld twee keer aanpaste, deed de Bank of England  dit wel zeven keer per jaar. Het rentepercentage van de banken schommelde destijds tussen de 2,5 en 6 procent.

Engeland was des tijds de bankier van de wereld. In tegenstelling tot wat mensen vaak denken was de Gouden Standaard geen periode van grote stabiliteit, maar was er regelmatig onrust, wat zich vertaalde in onrust op de Londense geldmarkt. Daarom vertoonde de rente in Engeland een hogere volatiliteit. Ook gaf de Bank of England de voorkeur aan een stabiele goudvoorraad, die ze beheerde door middel van het rente-instrument. Nederland had daarentegen in de beginjaren een kleinere goudvoorraad, waardoor men hier de rente soms niet verlaagde, uit angst dat men goud zou opnemen. Toen de goudvoorraad van DNB omvangrijker was werd de rente vaker aangepast.

Crises en onrust

Zoals net is aangegeven was de Gouden Standaard geen periode van financiële stabiliteit. Een voorbeeld van een crisis die destijds woedde is de Baringscrisis. Tijdens deze crisis viel een Britse investeringsbank genaamd Barings Brothers om, nadat het forse verliezen had geleden op investeringen. Vanuit Frankrijk en Rusland kwam er omvangrijke steun en werd er een grote hoeveelheid goud aan de Bank of England uitgeleend. Zonder deze steun had dit heftige gevolgen gehad, vergelijkbaar met de economische schade na de val van Lehman Brothers in 2008. Tussen 1826 en 1920 waren er tien van dit soort crises waarbij de Bank of England de hulp van andere centrale banken nodig had om de zaak te sussen. Bankencrises zijn dus geen recent fenomeen.

De Gouden Standaard zou uiteindelijk tot 1914 blijven bestaan. Vlak na het honderdjarig bestaan van De Nederlandsche Bank brak de Eerste Wereldoorlog uit, waarna veel landen de goudstandaard onderbroken. Wel kan gesteld worden dat DNB in die honderd jaar van een overwegend Amsterdamse kredietinstelling was uitgegroeid tot een nationale instelling die de waarde van de gulden bewaakte. Uiteindelijk zou DNB zich steeds meer voegen naar de centrale bank die het nu is. In het volgende stuk wordt gekeken naar Nederland tijdens de Eerste Wereldoorlog en het interbellum.

 

 

Altijd op de hoogte blijven van het laatste nieuws?
Ontvang wekelijks de laatste analyses over de goudmarkt, macro-economie en het financiële systeem.
Cookie-voorkeuren

Holland Gold maakt gebruik van functionele en tracking cookies om o.a. uw gebruikservaring op de website te verbeteren, content te personaliseren en advertenties.

Lees meer over ons cookiebeleid.
Wij geven om uw privacy

U kunt uw cookie-voorkeuren instellen door de verschillende hieronder beschreven cookies te accepteren of te weigeren

Noodzakelijk

Noodzakelijke cookies helpen een website bruikbaarder te maken door basisfuncties zoals paginanavigatie en toegang tot beveiligde delen van de website mogelijk te maken. Zonder deze cookies kan de website niet goed functioneren.

Vereist
Voorkeuren

Met voorkeurscookies kan een website informatie onthouden die de manier verandert waarop de website zich gedraagt of eruit ziet, zoals uw voorkeurstaal of de regio waarin u zich bevindt.

Statistieken

Statistische cookies helpen website-eigenaren te begrijpen hoe bezoekers omgaan met websites door anoniem informatie te verzamelen en te rapporteren.

Marketing

Marketingcookies worden gebruikt om bezoekers op verschillende websites te volgen. Het is de bedoeling advertenties weer te geven die relevant en aantrekkelijk zijn voor de individuele gebruiker en daardoor waardevoller voor uitgevers en externe adverteerders.