De strijd om de goudvoorraad van Venezuela heeft deze week een nieuwe fase bereikt. Het Britse hooggerechtshof buigt zich namelijk over de vraag wie de rechtmatige eigenaar is van het goud. President Nicolas Maduro wil het goud verkopen, maar de Britse regering erkent hem niet als de legitieme president van Venezuela. Daarom blijft het achter slot en grendel bij de Bank of England.
Venezuela bewaart ruim $1 miljard aan goud bij de Bank of England in Londen. De regering van Maduro wil dat goud verkopen, omdat ze het geld hard nodig heeft. Maar daar werkt de Bank of England niet aan mee, omdat de Britse regering van mening is dat oppositiekandidaat Juan Guaido controle over het goud moet krijgen. Guaido verloor begin 2019 de presidentsverkiezingen van zittend president Maduro, maar verschillende Westerse landen wilden deze uitslag niet erkennen.
De laatste jaren heeft de centrale bank van Venezuela al een groot deel van haar goudvoorraad moeten verkopen. Decennia lang beschikte het Zuid-Amerikaanse land over een goudreserve van meer dan 300 ton, maar sinds 2015 is een gedeelte van de goudvoorraad verpand en uiteindelijk verkocht. Begin dit jaar was er nog maar 86 ton over, het laagste niveau in vijftig jaar.
De economische crisis waar Venezuela de laatste jaren in terecht is gekomen begon met een daling van de olieprijs. Daardoor viel de belangrijkste bron van inkomsten weg. Door slecht economisch beleid van de regering kwam het land deze schok niet meer te boven. Daarna volgden Amerikaanse sancties, die de export van olie en goud belemmerden.
Met het wegvallen van deze belangrijkste inkomstenbronnen verdampte ook het vertrouwen in de waarde van het geld. De Venezolaanse bolivar werd door hyperinflatie in een paar jaar tijd compleet waardeloos. Daardoor moest de centrale bank steeds meer valutareserves en goud verkopen om de import van goederen te kunnen bekostigen.
De centrale bank van Venezuela probeerde ook goud uit Londen weg te halen, maar dat weigerde de Bank of England. Een opmerkelijke precedent, omdat het edelmetaal eigendom is van een soeverein land. Daarom probeert de centrale bank van Venezuela via de rechter af te dwingen dat het goud wordt vrijgegeven.
Vorig jaar verloor ze deze rechtszaak, maar daar legden de centrale bank en de regering zich niet bij neer. Daarom wordt de zaak nu voorgelegd aan het hooggerechtshof in het Verenigd Koninkrijk. Maduro beweert dat de regering het goud nodig heeft om de coronacrisis te bestrijden, maar feit is dat hij het goud al nodig had voordat de coronapandemie uitbrak. Het tweede argument dat hij aandraagt is dat de Britse regering nog steeds diplomatieke banden onderhoudt met de regering van Maduro. Daarmee zou het Verenigd Koninkrijk het presidentschap van Maduro impliciet toch erkennen.
Door dit incident zullen meer landen zich afvragen of hun goud wel echt veilig is bij de Bank of England. Tientallen landen bewaren een deel van hun goudvoorraad in Londen, omdat dat een belangrijk knooppunt is voor de internationale goudmarkt. Daardoor is het goud dat bij de Bank of England ligt gemakkelijk te verhandelen. De keerzijde daarvan is dat een land dan geen volledige controle meer heeft over het goud.
Dit voorbeeld van Venezuela laat zien dat de Bank of England landen de toegang tot hun goudvoorraad ook kan ontzeggen. Bijvoorbeeld als landen zich niet conformeren aan de wil van de Amerikaanse regering en sancties opgelegd krijgen. Het is om die reden dat steeds meer landen hun goud repatriëren en de goudvoorraad grotendeels of zelfs volledig in eigen land bewaren.
Deze bijdrage is afkomstig van Geotrendlines