De goudprijs steeg in augustus met bijna 10 procent, maar kende tegelijkertijd een uiterst volatiel koersverloop. De wereldwijd oplopende langetermijnrentes en onzekerheid over het Amerikaanse rentebeleid zorgen voor onrust op de financiële markten. Wat betekent dit voor goud en zilver?
Na een bescheiden winst in juli was augustus de tweede opeenvolgende maand met een positieve return voor goud. Die was met bijna 10% ineens ook veel groter. Zilver liet zelfs 16% bijschrijven waardoor de goud-zilverratio weer daalde. Toch was het een extreem volatiele maand voor beide edelmetalen. Met iets meer dan twee derde van het jaar achter de rug bedraagt het rendement van goud nu +3% in dollar en +4% in euro. Voor zilver is dit respectievelijk -8% en -7%.
Grafiek: goudprijs op 1 jaar met 50d -en 200d-gemiddelden (Bron: StockCharts)
De aankondiging van minister van Financiën Scott Bessent om de inkoop van staatsobligaties met langere looptijden te verhogen, werd niet op algemeen applaus onthaald. Bessent kreeg tegengas van onder meer de legendarische hedgefundmanager Stan Druckenmiller met wie in de Wall Street Journal een verbale oorlog werd uitgevochten.
Op de edelmetaalprijzen had de aankondiging van Bessent alvast wel een positief effect want goud schoot in geen tijd van 4000 naar bijna 4700 dollar. De klim kende een abrupt einde toen de speech van Federal Reserve voorzitter Kevin Warsh op het jaarlijkse Jackson Hole-evenement voor centraal bankiers door de markt negatief werd onthaald.
Hoewel Warsh tig keer benadrukte de markt geen indicaties te willen geven over de toekomstige rentepolitiek, gaf de focus op de aanhoudend hoge inflatie volgens de markt aan dat een hogere beleidsrente in de kaarten zit. Prompt steeg de marktverwachting voor een renteverhoging op 16 september van 30% naar 70%, zo bleek uit de CME FedWatch Tool. Intussen is dit cijfer weer gedaald naar 55%.
Die inflatie ligt intussen al 65 maanden of bijna 5,5 jaar boven het gewenste niveau van 2%. De inflatiecijfers van augustus worden pas op 11 september gepubliceerd maar de cijfers van juli bevestigden dat de stijging van de index van de consumentenprijzen (CPI) een dalende trend vertoont. Ook de arbeidsmarkt is afgekoeld. Een nieuw banenrapport wordt morgen 4 september gepubliceerd.
Grafiek: rente op de tienjaarse Amerikaanse overheidsobligatie (Bron: StockCharts)
Ondanks de obligatie-inkopen van Bessent en de uitspraken van Warsh blijft de langetermijnrente maar stijgen. In de VS klom de rente op de tienjaarse overheidsobligatie naar het hoogste niveau in bijna 3 jaar. Deze rente is de referentie voor onder meer kredietkaartschulden en autoleningen. In Japan en het Verenigd Koninkrijk stond de langetermijnrente zelfs in 30 jaar niet meer zo hoog. Dit is een motie van wantrouwen van investeerders ten aanzien van de obligatiemarkten.
In de VS loopt het verschil tussen de beleidsrente (Fed Funds rate) en de tweejaarse Treasury note steeds verder op. De druk op het monetair beleidscomité om op 16 september de rente te verhogen wordt dus groot. Toch zal een renteverhoging weinig zoden aan de dijk zetten want onderzoek toont aan dat de inflatie niet zozeer vraaggedreven maar wel aanbodgedreven is. Een verhoging van de beleidsrente met 25 basispunten zal daar niets aan veranderen. Toch heeft de Federal Reserve weinig andere keus om dit jaar nog minstens één renteverhoging door te voeren, willen ze hun geloofwaardigheid blijven behouden.
Parallel met de goudprijs is ook de instroom van investeringsgeld in fysieke goud ETF’s weer toegenomen. Deze zijn op een maand met 2,8% gestegen naar 98,9 miljoen troy ounce en bevinden zich daarmee op hetzelfde niveau als begin dit jaar. De piek van eind februari, die samenviel met een goudprijs van bijna 5600 dollar, ligt nog 2% boven het huidige niveau. Dezelfde trend zien we ook bij zilver, waar de stijging sinds de bodem van half juli 2,6% bedroeg. Bij zilver ligt de hoeveelheid metaal onder beheer nog wel 7,2% lager dan bij de start van 2026.
De World Gold Council liet weten dat centrale banken in juli gezamenlijk 23 ton goud kochten. De Chinese centrale bank breidde de goudreserves met 20 ton uit en ook Polen kocht weer 6 ton. Polen neemt daarmee de plaats in van Nederland binnen de top 10 van landen met de grootste goudvoorraad. Rusland stond aan de verkoopzijde met 6 ton terwijl Turkije, Jordanië en Oezbekistan elk één ton kochten.