Actuele koersen (kg): Goud €134.808 Zilver €2.639
    

Hoe voerde DNB monetair beleid tijdens de Tweede Wereldoorlog?

In het vorige stuk in de reeks over monetaire geschiedenis kwam het gevoelige verlies van De Nederlandsche Bank (DNB) aan bod na het verlaten van de goudstandaard. Dit verlies werd pas vlak voor de Tweede Wereldoorlog gerepareerd. De oorlog zou grote gevolgen hebben voor de Nederlandse economie, maar ook voor de gulden. Hoe verging het DNB en haar goudvoorraad tijdens de oorlog? En hoe werd er in de oorlog monetair beleid gevoerd?

Wat merkte men van de bezetting?

Hoewel Nederland een leeggeroofd land was in 1945, belandde de Nederlandse economie aan het begin van de bezetting in een hoogconjunctuur die deed denken aan die van de ‘roaring twenties’, zo valt te lezen in het boek ‘De Nederlandsche Bank’ van Wim Vanthoor. Dit kwam door een groter aantal orders vanuit Duitsland, maar ook doordat de Nederlandse bevolking extra middelen inkocht. Daarnaast breidde de overheid flink uit. De Reichsmarken die Nederland verkreeg door de export naar Duitsland werden omgeruild bij de Nederlandsche Bank, die daardoor ook meer ruimte kreeg om leningen te verschaffen. Dat kwam door de ruime buitenlandse wisselportefeuille, zoals we beschreven in een eerder artikel.

Hoe zag monetair beleid eruit tijdens de oorlog?

Economisch ging het in de jaren 1940 en 1941 dus eigenlijk best goed. Donkere wolken verschenen pas later aan de hemel, toen ons land gebukt ging onder grote tekorten en vernielingen. Op monetair vlak begon het te rommelen door de ‘Reichskreditkassenscheine’. Dat waren biljetten die eruitzagen als Reichsmarken en werden uitgedeeld aan Duitse soldaten en ambtenaren. Ze werden onbeperkt gedrukt en kregen in bezette gebieden de status van wettig betaalmiddel. In Duitsland mochten de biljetten niet worden uitgegeven. De Nederlandse bevolking kreeg de biljetten niet in handen, want DNB wisselde ze direct om in guldens, uit angst voor een onoverzichtelijke geldcirculatie. Dit betekende wel dat de geldhoeveelheid dus flink toenam.

Reichskreditkassenscheine De Reichskreditkassenscheine. (Bron: Wikipedia)

Naarmate de oorlog voortduurde daalde de productie in Nederland als gevolg van een tekort aan grondstoffen en door de verplichte tewerkstelling van Nederlandse arbeidskrachten in Duitsland. Ook werden voedsel en producten geconfisqueerd door de Duitsers. De producten die nog wel beschikbaar waren gingen op de bon. Er kwam zo enerzijds dus steeds meer geld in omloop, maar tegelijkertijd daalde de productie. Dit soort praktijken leiden normaliter tot inflatie, maar dit werd voorkomen door prijscontroles. Nederland kreeg zo te maken met een zwevende koopkracht die aan het einde van de oorlog wel 50 procent bedroeg; Er was twee keer zoveel geld beschikbaar als dat er producten voorhanden waren.

Het aantal guldenbiljetten bij de Nederlandsche Bank nam echter in rap tempo af. Dat kwam doordat de Bank steeds meer Duitse biljetten moest omwisselen. Daarnaast ontstond er in de laatste jaren van de oorlog een tekort aan brandstof en papier. Om een tekort aan biljetten te voorkomen stelde de nationaalsocialistische Rost van Tonningen voor bankbiljetten elders te printen of om de Reichsmark als officiële valuta te verklaren in Nederland. In grote steden zoals Rotterdam en Den Haag werden ook plannen gemaakt om noodgeld uit te geven. Mocht Nederland niet bevrijd zijn in mei 1945, dan waren oude biljetten waarschijnlijk met extra nullen herdrukt om het tekort aan biljetten op te lossen, zo valt te lezen in het boek ‘A Financial History of the Netherlands’.

De verhouding tussen de staat en bank

Deze inflatoire politiek was bij de vooroorlogse Nederlandsche Bank ondenkbaar geweest. DNB ging de periode voor de Tweede Wereldoorlog de boeken in als één van de meest strikte centrale banken. Het Duitse bewind tijdens de oorlog maakte van de Bank echter een staatsbank die prijsstabiliteit niet meer als primaire doelstelling had. Dit proces begon met de benoeming van een Duitse Kommissar, die een rechtstreekse lijn had met de Reichsbank. Ook werd de president van DNB tegelijkertijd secretaris-generaal bij het Ministerie van Financiën, wat de scheiding tussen Bank en de staat verwaterde. Bankpresident Trip was zeer ontstemd door de stand van zaken onder het Duitse bewind en trad in 1941 af. Hij werd opgevolgd door de beruchte Rost van Tonningen.

Naast deze beruchte NSB’er belandden er nog twee nationaalsocialisten in de Bankdirectie, waardoor er een soort tweestrijd ontstond. Enerzijds volgden de nieuwe directieleden de Duitse bevelen zonder protest op, terwijl de zittende leden zoveel mogelijk tegenstribbelden. Voorstellen om de invloed van de Bankpresident te versterken werden tegengehouden door de oude directeuren, maar ze konden niet voorkomen dat DNB ook actief bijdroeg aan de beroving van joden. Uiteindelijk stapten ook de oude directeuren op.

Wat was de rol van goud in de oorlog?

Na het verlies van DNB in 1931 werd het goud dat DNB bezat weer naar Nederlandse bodem gehaald. Tot 1937 bevond vrijwel de gehele goudvoorraad van de Bank zich in Nederland, maar de toenemende spanningen op het Europese continent baarde DNB zorgen. Het goud werd daarom weer verspreid over meerdere buitenlandse locaties. In mei 1940 lag ruim 80 procent van het Nederlandse goud al in buitenlandse kluizen. De Nederlandse bevolking werd aan het begin van de bezettingsperiode verplicht het goud aan DNB te verkopen voor 2009 gulden per kilo. Het goud dat niet vrijwillig werd verkocht, werd ingevorderd. Het goud werd vervolgens tegen Reichsmarken verkocht aan de Reichsbank.

In de oorlog verdween er zo 146.000 kilo goud richting Duitsland. Na de oorlog kwam er een verdrag tot stand dat de goudkwestie regelde. Daartoe werd de Tripartite Commission for the Restitution of Monetary Gold opgericht, de commissie die de goudclaims zou behandelen. Nederland kreeg echter slechts een gedeelte van het geclaimde goud terug. De commissie had namelijk bepaald dat landen slechts het monetaire goud terug zouden krijgen, wat voor Nederland neerkwam op 72.000 kilo goud; de helft van het goud dat uit Nederland verdwenen was. Uit protest weigerde Nederland de derde toewijzing van 4.000 kilo goud.

Nederland was als leeggeroofd land uit de oorlog gekomen. Latere berekeningen schatten de waarde van de producten die tijdens de oorlog aan de Nederlandse economie onttrokken waren op 10 miljard gulden, uitgedrukt in prijzen van 1938. Aangezien het Bruto Nationaal Product destijds nog 6 miljard bedroeg, was dit een enorme schade. In het volgende artikel gaan we verder in op hoe Nederland na de oorlog weer werd opgebouwd.

 

Kijk ook eens een keer op ons YouTube kanaal

Namens Holland Gold interviewt Paul Buitink verschillende economen en experts op macro-economisch gebied. Het doel van de podcast is om de kijker een beter beeld en houvast te bieden in een steeds sneller veranderend macro-economisch en monetair landschap. Klik hier om te abonneren.   

Altijd op de hoogte blijven van het laatste nieuws?
Ontvang wekelijks de laatste analyses over de goudmarkt, macro-economie en het financiële systeem.
Wij geven om uw privacy

U kunt uw cookie-voorkeuren instellen door de verschillende hieronder beschreven cookies te accepteren of te weigeren

Noodzakelijk

Noodzakelijke cookies helpen een website bruikbaarder te maken door basisfuncties zoals paginanavigatie en toegang tot beveiligde delen van de website mogelijk te maken. Zonder deze cookies kan de website niet goed functioneren.

Vereist
Voorkeuren

Met voorkeurscookies kan een website informatie onthouden die de manier verandert waarop de website zich gedraagt of eruit ziet, zoals uw voorkeurstaal of de regio waarin u zich bevindt.

Statistieken

Statistische cookies helpen website-eigenaren te begrijpen hoe bezoekers omgaan met websites door anoniem informatie te verzamelen en te rapporteren.

Marketing

Marketingcookies worden gebruikt om bezoekers op verschillende websites te volgen. Het is de bedoeling advertenties weer te geven die relevant en aantrekkelijk zijn voor de individuele gebruiker en daardoor waardevoller voor uitgevers en externe adverteerders.