Terwijl Amerikaanse beurzen nieuwe records vestigen en bedrijven als Nvidia naar ongekende hoogtes stijgen, kampt Europa met economische stilstand en een vertrekkende industrie. Jamie Dimon was deze week glashelder tegen Europa: “Jullie zijn aan het verliezen.” Hoe lang duurt het nog voordat Europese leiders inzien dat er echt grondige hervormingen nodig zijn?
Ondanks de oplopende handelsspanningen bereikten de Amerikaanse beurzen deze week nieuwe recordhoogtes. Zowel de S&P 500 als de Nasdaq vestigden een nieuw record. De brede S&P 500-index sloot op 6.280,46 punten, terwijl de op technologie gerichte Nasdaq eindigde op 20.630,67 punten. De markt lijkt inmiddels extreem ongevoelig te zijn geworden voor alle onzekerheden rond de importtarieven en handelsoorlog.
S&P 500 op een nieuw record (bron: Yahoo Finance)
De S&P 500 heeft de correctie van eerder dit jaar dus inmiddels weer goedgemaakt, althans uitgedrukt in dollars. In de maandupdate van deze week zagen we dat de index voor eurobeleggers nog steeds in de min staat, door de zwakkere dollar. Overigens wordt de relatief sterke euro niet door iedereen als gunstig ervaren. Een sterke munt drukt de importprijzen en belemmert de export, wat de inflatie afremt. Het is daarom waarschijnlijk dat Europese centrale bankiers zullen proberen te voorkomen dat de munt veel verder in waarde stijgt ten opzichte van de Amerikaanse dollar.
Nvidia breekt record (bron: Holger Zschaepitz)
Tegelijk met de nieuwe recordstanden op de beurs werd ook een andere historische mijlpaal bereikt: Nvidia is als eerste bedrijf ter wereld door de grens van $4 biljoen aan beurswaarde gebroken. Sinds begin mei zijn de aandelen van de chipfabrikant met meer dan 40 procent gestegen. De marktwaarde van Nvidia is inmiddels ongeveer $1 biljoen groter dan die van de hele Duitse aandelenmarkt.
Marktkapitalisatie Nvidia en Duitsland (bron: Lisa Abramowicz)
Volgens de Financial Times is Nvidia daarmee de grootste winnaar van de AI-gedreven tech boom, die volgens hen de hoogtijdagen van de dotcomperiode overtreft. Sinds de lancering van ChatGPT eind 2022 profiteert Nvidia fors van de groeiende vraag naar AI-hardware en chips. Het bedrijf heeft zich stevig gepositioneerd als marktleider op het gebied van grafische processors.
Lijst grootste bedrijven op basis van marktwaarde (bron: companiesmarketcap)
De top van de grootste bedrijven ter wereld wordt gedomineerd door Amerikaanse techbedrijven. Het hoogst genoteerde Europese bedrijf is het Duitse softwarebedrijf SAP, op plaats 26, met een marktwaarde van $357 miljard. Het meest waardevolle Nederlandse bedrijf is niet geheel verrassend ASML, dat op plek 31 staat met een marktwaarde van $315 miljard.
Jamie Dimon, topman van de grootste Amerikaanse bank en een van de invloedrijkste stemmen in de financiële wereld, heeft deze week hard uitgehaald naar Europa. Hij waarschuwde voor de afnemende concurrentiekracht van Europa. Tijdens een internationale bijeenkomst in Dublin, georganiseerd door het Ierse ministerie van Buitenlandse Zaken, was hij erg duidelijk tegen de aanwezige Europese leiders: “Jullie zijn aan het verliezen.”
Jamie Dimon (bron: Fortune Global Forum)
Europa is in 10 tot 15 jaar gedaald van 90 procent van het Amerikaanse bbp naar 65 procent. “Dat is geen goede ontwikkeling,” zei Dimon. Hij ziet het oude continent steeds verder afzwakken en achterop raken ten opzichte van de Verenigde Staten en China: “Wij hebben een enorm sterke markt, en onze bedrijven zijn groot, succesvol en wereldwijd van schaal. Jullie hebben dat ook, maar steeds minder.”
Het aandeel van Europa in de mondiale welvaart bedroeg in 1980 nog 29 procent, tegenover 26 procent voor de VS. Vandaag zitten de VS nog steeds op 26 procent, maar Europa is met meer dan 10 punten gedaald, tot 18 procent.
Het is niet de eerste keer dat Dimon zich uitspreekt over dit onderwerp. Tijdens de jaarlijkse aandeelhoudersvergadering in april stelde hij al dat “Europa serieuze problemen heeft om op te lossen” en dat Europese landen grondige hervormingen van hun economieën nodig hebben om weer te kunnen groeien.
Het lijkt er nog niet op dat Europese politici beseffen hoe 'grondig' de hervormingen moeten zijn om het concurrentievermogen te herstellen. De aanhoudende sluiting van chemiebedrijven in Nederland is daar een duidelijk voorbeeld van. In maart berichtten we al over de sluiting van vestigingen van LyondellBasell en Tronox. En in juni kondigde het Amerikaanse Westlake een sluiting aan. Deze week voegden twee bedrijven zich bij de groeiende lijst met sluitingen.
Een pvc-fabriek in Limburg stopt na een halve eeuw met de productie in Nederland. Ook oliehandelaar Gunvor meldde dinsdag dat zijn olieterminal in de Rotterdamse haven dicht moet vanwege het onzekere Nederlandse investeringsklimaat. Dat besluit volgt op een eerdere beslissing van het Zwitserse bedrijf om zijn Rotterdamse raffinaderij stop te zetten. Nederland kent boven op de Europese CO2-heffing ook nog een extra nationale variant. Dat maakt produceren in Nederland minder concurrerend.
In de Telegraaf lezen we dat het beleid als grillig en verwarrend wordt gezien door buitenlandse investeerders. Er verdwenen de afgelopen maanden al duizenden banen en investeringen werden naar het buitenland verplaatst. Duitsland en Frankrijk zijn volgens het artikel vooral bezig met het versoepelen van regels om hun industrie te behouden, terwijl Nederland het duurder en ingewikkelder aan het maken is.
VVD-minister Hermans van Klimaat en Groene Groei wil deze extra CO2-heffing voorlopig nog behouden, ondanks de problemen die dit veroorzaakt. Ze wijst op risico’s van afschaffing, zoals vertraging van verduurzaming en het mislopen van EU-subsidies. Als bedrijven de deuren sluiten is het natuurlijk makkelijk om je CO2-doelstellingen te halen, maar dit heeft verarming tot gevolg en de gerealiseerde nationale CO2-besparing zal gewoon elders worden uitgestoten.
Ook in de rest van de EU speelt het probleem van sluitende chemiefabrieken, terwijl we minder afhankelijk willen worden van het buitenland. De Europese Commissie komt nu met een actieplan om de chemiebranche te redden. De Europese industrie heeft het steeds moeilijker om concurrerend te blijven. Dat heeft voor een belangrijk deel te maken met het Brusselse klimaatbeleid, hoge energiekosten en CO2-heffingen.
De EU wil nu productiefaciliteiten steunen die belangrijke grondstoffen maken voor bijvoorbeeld de luchtvaart, defensie of medische zorg. Zo moeten landen de mogelijkheid krijgen om deze bedrijven te compenseren voor de indirecte kosten die ze maken voor CO2-uitstootrechten. Er zijn plannen om regels te versoepelen, maar het lijkt vooralsnog te gaan over kleinere zaken als advertenties, verpakkingen en minder vaak rapporteren. Het gaat niet over structureel lagere energiekosten en belastingen.
Je kunt je afvragen of het niet verstandiger is om eerdere (klimaat)maatregelen compleet terug te draaien, in plaats van bedrijven te redden van de gevolgen van deze maatregelen met nóg meer maatregelen. Misschien is dat de echte, grondige hervorming waar Dimon op doelt, maar waar de Europese politiek vooralsnog niet toe bereid lijkt.
Kijk ook eens een keer op ons YouTube kanaal
Namens Holland Gold interviewt Paul Buitink en Yael Potjer verschillende economen en experts op macro-economisch gebied. Het doel van de podcast is om de kijker een beter beeld en houvast te bieden in een steeds sneller veranderend macro-economisch en monetair landschap. Klik hier om te abonneren.