Op 2 april 2025 kondigde Donald Trump zijn zogenoemde ‘Liberation Day’ aan: een omvangrijk pakket importtarieven waarmee de Amerikaanse regering het hardnekkige handelstekort wilde terugdringen en de binnenlandse economie moest versterken. Een jaar later blijkt het Amerikaanse handelstekort echter nog altijd historisch groot. Zijn importtarieven wel de oplossing voor het Amerikaanse handelstekort? En kan goud een rol spelen bij het herstellen van de balans in de wereldhandel?
De laatste jaren staan handelstekorten steeds vaker in de politieke schijnwerpers, vooral sinds de opkomst van Trump. Deze tekorten worden steeds vaker afgedaan als een zwaktepunt van een land. Zo stelde Trump dat het de Verenigde Staten 1,5 biljoen dollar zou opleveren om te stoppen met het handelen met landen waarmee ze een handelstekort hebben. Hardnekkige tekorten worden steeds minder gezien als een boekhoudkundige uitkomst en juist meer als bewijs voor buitenlandse uitbuiting of slecht binnenlands beleid. Volgens die redenering moeten deze tekorten vervolgens met importtarieven en subsidies worden gecorrigeerd.
In de praktijk winnen of verliezen landen niet met handel. Landen handelen namelijk niet, maar individuen handelen vrijwillig met elkaar uit omdat ze er beiden van profiteren. Een handelstekort is dan ook niet per definitie een teken van een zwakke economie. Het kan juist samengaan met sterke economische groei en hoge investeringen. Ook een handelsoverschot is niet automatisch positief, maar kan bijvoorbeeld het gevolg zijn van lage binnenlandse consumptie of kapitaal dat het land verlaat. Handelsbalansen zijn de uitkomst van een groter economisch proces, waarbij zij signalen geven over kapitaalstromen, persoonlijke voorkeuren en onderliggende prijzen.
Hoewel handelsbalansen tegenwoordig langdurig uit evenwicht kunnen blijven, hadden zij onder de goudstandaard de neiging om zichzelf te corrigeren. De econoom Von Mises beschreef hoe handelsbalansen niet los gezien konden worden van monetaire omstandigheden. Onder een volledige goudstandaard stroomt bij een handelsoverschot goud naar het land. Stel je voor dat je op vakantie in het buitenland een brood koopt en met euro’s betaalt: het geld stroomt daarmee naar het buitenland. Doordat er extra goud het land binnenstroomt, wordt geld minder schaars en stijgen prijzen en lonen. Hierdoor kan het land minder concurrerend worden, waardoor de export afneemt en de import stijgt. Het handelsoverschot wordt daarmee gecorrigeerd.
Bij een handelstekort gebeurt het omgekeerde. De Nederlander die in het buitenland zijn brood koopt, raakt zijn euro kwijt aan de bakker. Hierdoor is er minder goud in Nederland en wordt geld schaarser. Als geld meer waard wordt, dalen prijzen en kan het land beter concurreren met het buitenland. Hierdoor stijgt de export, daalt de import en wordt het tekort gecompenseerd. Het is een dynamisch en continu proces waarbij tekorten en overschotten reageren op veranderingen in prijzen en kapitaalstromen.
Handelsbalans VS na afschaffing goudkoppeling(1971). (bron: researchgate)
Dit mechanisme is dus niet afhankelijk van centrale planning, maar juist van monetaire stromen, individuele keuzes en prijssignalen. Dit automatische proces werkt echter niet wanneer centrale banken dit mechanisme verstoren door de in- of uitstroom van goud te compenseren met het creëren of vernietigen van geld.
Kunstmatige geldgroei kan dus zorgen voor hardnekkige handelstekorten, doordat het de prijssignalen waarop dit correctiemechanisme berust, verstoort. Kunstmatig lage rentes leiden tot meer consumptie en investeringen, terwijl de prikkel om te sparen afneemt. Wanneer de binnenlandse middelen niet voldoende zijn om deze extra vraag te financieren, stroomt extra buitenlands kapitaal het land binnen, waardoor het tekort langer in stand blijft en groter wordt.
De huidige fiatvaluta’s kennen geen automatische monetaire correctie zoals onder een goudstandaard. Dit is goed zichtbaar in de Verenigde Staten. Het langdurige handelstekort zorgt ervoor dat dollars naar het buitenland stromen. Doordat de dollar de belangrijkste reservemunt ter wereld is worden deze dollars vaak aangehouden of opnieuw geïnvesteerd in Amerikaanse activa. Hierdoor kan de VS een groot handelstekort veel langer volhouden.
Deze langdurige handelstekorten kunnen leiden tot politieke instabiliteit. Wanneer de binnenlandse industrie onder druk komt te staan, ontstaat er politieke druk om deze te beschermen. Importtarieven lijken dan een logische oplossing.
Importtarieven herstellen het concurrentievermogen echter niet, maar maskeren de onderliggende problemen. Ze verhogen de prijzen, leiden tot handelsoorlogen en verstoren de kapitaalallocatie. Ze pakken de gevolgen aan zonder te kijken naar de oorzaken van het probleem.
Hardnekkige handelstekorten zijn het gevolg van monetair gerommel, zoals kunstmatige geldgroei en lage rentes. De oplossing ligt daarom niet in steeds hogere handelsbarrières, maar in hard geld zoals goud, waardoor prijzen, rentes en wisselkoersen zich zonder monetaire verstoringen kunnen aanpassen.
(coverfoto Trump: Gage Skidmore/Flickr)