Goud verschilt fundamenteel van andere grondstoffen
Goud is, ondanks de recente waardedaling, nog steeds een prominente belegging. Goud wordt normaliter slechts in zeer beperkte mate geconsumeerd en is herbruikbaar. Bijna al het goud (schatting: 172.000 ton) dat ooit gewonnen is, bestaat nog steeds. Veel goud bestaat in munten, goudstaven en sieraden. Goud wordt opgeslagen bij overheden, financiële instituties en (centrale) banken. Hierin verschilt goud sterk ten opzichte van andere grondstoffen, die vaak worden geconsumeerd en daardoor een beperkte levensduur kennen. Vanwege de aanwezige voorraden goud, kent de markt geen gelijke druk als andere grondstofmarken met een beperkte levensduur.
Goud wordt in alle werelddelen, behalve Antarctica, gewonnen. Hierdoor is het een wereldwijde grondstof. Dit maakt goud minder afhankelijk van lokale markten en economieën, wat de risico’s doet spreiden. Geen enkele regio produceert meer dan 20% van de totale gouddelving. Verstoring van lokale productie heeft waarschijnlijk geen significante invloed op de prijs. Bovendien is het onwaarschijnlijk dat er zich meerdere grote verstoringen gelijktijdig voortdoen. Goud wordt hergebruikt, waardoor de markt niet enkel afhankelijk is van delving.
Goud wordt verhandeld als beleggingsobject, maar wordt ook gebruikt als (semi-)munteenheid sinds 500 voor Christus. Voor honderden jaren werden monetaire systemen ‘bewaakt’ met behulp van goud. Tegenwoordig speelt goud geen verplichte rol meer in het monetaire systeem, maar desondanks is 17,5% van het goud in handen van overheden en centrale banken; om welvaart te bewaken en zich te beschermen tegen macro-economische en financiële impacts.
Bron: World Gold Council