Actuele koersen (kg): Goud €60.805 Zilver €674
    

Wat voor geld gebruikte men in de Republiek?

 

In het vorige stuk over monetaire geschiedenis beschreven we hoe de Nederlanders zich losvochten van de Spanjaarden en hoe de dure oorlogen tegen de Spanjaarden en de Engelsen werden gefinancierd. Er is echter nog veel meer te vertellen over de Gouden Eeuw, onder meer het geldgebruik van de Nederlanders. Wat voor geld gebruikte men in de Republiek en welke rol speelde de gulden?

Grote verscheidenheid

Zoals we ook hebben beschreven in het vorige stuk, was de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden nog zeer decentraal ingericht in vergelijking met het huidige Nederland. De provincies trokken gezamenlijk ten strijde tegen de Spanjaarden en de kosten van de oorlog werden verdeeld, de zogeheten quota. Voor de rest waren de provincies nog zeer zelfstandig en waren er binnen de provincies ook weer steden die eigen privileges kenden en zelf beslissingen wilden nemen.

Als een stad stadsrechten had, verkreeg het ook het recht zelf munten te slaan, net zoals provincies hun eigen munten mochten slaan. Een interessant voorbeeld zijn Groningse munten. Groningen had tot 1593 een hele bijzondere positie wat betreft muntgeld in de Republiek. De basismunt was de zilveren stuiver die was verdeeld in zes plakken, maar de Groningse stuiver was weer iets minder waard dan stuivers uit andere provincies. Pas in 1593 werd het stelsel aangepast en kwam er een nieuw stelsel naar het voorbeeld van andere munten in de Republiek.

Zo hadden veel regio’s een eigen munt in omloop. Er was lange tijd geen sprake van één uniforme munt in de Republiek, die kwam er pas in de twintigste eeuw. In bepaalde regio’s was er ook nog veel buitenlands geld in omloop, bijvoorbeeld uit Duitse gebieden. Ten slotte betaalde men ook met munten uit eerdere tijdperken, zoals de zilveren Philipsdaalder en de Carolusgulden die in zowel zilver als in goud verscheen. Deze munten werden ten tijde van het Spaanse bewind geïntroduceerd.

Dit maakte dat de muntslag in de Nederlanden zeer versnipperd was en er een wirwar van munten was ontstaan. De circulerende munten varieerden van rijksdaalders tot aan dukaten en van florijnen tot aan Groningse stuivers. In de begintijd van de Republiek waren er naar schatting ruim 500 gouden en 340 zilveren munten in omloop, zo valt te lezen in het boek Van Goud tot Bitcoin!. Al deze munten werden dan weer omgerekend in bepaalde rekeneenheden. Het stelsel was dus aardig omslachtig en onoverzichtelijk.

 Afbeelding1

Een gouden rijder, geslagen in Utrecht. Dit was één van de meeste waardevolle munten in de Republiek. (Bron; Wikipedia)

Geldwisselaars en kassiers

De enorme verscheidenheid aan munten vereiste ook een ambacht dat verschillende munten met elkaar kon verrekenen. Geldwisselaars waren daarom op grote schaal aanwezig in de begintijd van de Republiek. Rijke handelaren gebruikten kassiers om hun betalingen mee te doen en hun rekeningen te incasseren. Deze kassiers waren ook gespecialiseerd in de enorme hoeveelheid munten die er in omloop waren. 

Deze geldwisselaars moesten munten steeds weer wegen. Naast het geld van hoge kwaliteit was er namelijk ook laagwaardig geld in omloop. Zo snoeide men munten door metaal van de rand af te slijpen. Ook sloegen uitgevers steeds lichtere munten, waardoor de intrinsieke waarde van de munt afnam. Dit had echter geen gevolgen voor de uitgever, want de nominale waarde van de munt werd vastgelegd in een plakkaat dat was uitgegeven door de Staten-Generaal. Doordat munten een stempel kregen en dus toegelaten werden, lag de nominale waarde tot wel 15% boven de intrinsieke waarde.

De geldwisselaars gingen steeds vaker briefjes uitschrijven om deze betalingen te regelen. Dit zorgde ervoor dat hun orderbriefjes en kassierskwitantiën ook weer de functie van geld konden gaan vervullen, zo valt te lezen in het boek A financial History of the Netherlands. In principe fungeerden de briefjes dus als geld, maar ze verschilden van het fiduciaire briefgeld dat vandaag de dag is uitgegeven door de centrale bank.

Wisselbank 

Men merkte dat de versnippering van de muntslag het vertrouwen deed wankelen en ontzettend lastig was voor het betalingsverkeer. Ook vroegen geldwisselaars vergoedingen voor hun diensten. Om het betalingsverkeer weer op orde te brengen, werd in 1609 met steun van het Amsterdamse stadsbestuur de Amsterdamse Wisselbank opgericht. De Wisselbank controleerde munten die in bewaring werden gesteld bij de bank en zo wisten rekeninghouders dat ze ook geld van hoge kwaliteit terug zouden krijgen. De bank bewaakte zo de integriteit van het geld.

Een tweede voordeel van de Wisselbank was dat er een platform voor girale afwikkeling ontstond. Handelaren die een rekening aanhielden konden onderling gemakkelijk transacties doen via de Amsterdamse Wisselbank en hadden de kassiers niet meer nodig voor alle transacties. Veel handelaren werden gedwongen een rekening aanhouden bij de bank, omdat het stadsbestuur eiste dat alle transacties vanaf 600 gulden via de Wisselbank verliepen. 

De bank nam zo een groot deel over van de geldwisselaars. Geldwisselaars en kassiers waren korte tijd zelfs verboden in Amsterdam, hetgeen de positie van de Wisselbank verder versterkte. Vanaf 1621 werden ze weer toegestaan, onder de voorwaarde dat ook zij een rekening aanhielden bij de Wisselbank en munten niet langer dan 24 uur bij zich droegen.

 Afbeelding2

Aanvankelijk was de Wisselbank gevestigd in het oude stadhuis in Amsterdam. Nadat het gebouw in 1652 afbrandde, verplaatste de Wisselbank zich naar de Dam. (Bron; Wikipedia)

De Wisselbank gaf vanaf 1683 ook een soort van papiergeld uit, een recepis. Dit was een ontvangstbewijs van edelmetalen of munten die bij de bank in bewaring waren gegeven en na een bepaalde periode weer zouden worden terugbetaald. Met dit papier kon men ook betalingen voldoen. Als de houder van het recepis geld nodig had, kon de recepis ook verkocht worden op de Amsterdamse beurs. Ironisch genoeg werd de handel in deze ontvangstbewijzen voor een deel beheerst door kassiers.

Deze recepissen zorgden ervoor dat men niet per se meer fysiek muntgeld hoefde op te nemen bij de Wisselbank. De rekeninghouder kon het ontvangstbewijs immers verkopen op de beurs. Hierdoor werd de bankgulden in feite losgekoppeld van het geld buiten de bank. De Wisselbank kon door de uitgifte van recepissen te verzorgen ook monetair beleid gaan voeren. Hierdoor veranderde de geldhoeveelheid en nam de Wisselbank een positie in die vandaag de dag aan centrale banken is toebedeeld.

De Amsterdamse Wisselbank was zo succesvol dat andere steden een vergelijkbare bank oprichtten. Zo volgde Middelburg het Amsterdamse voorbeeld in 1616. Later konden mensen ook geld deponeren bij de Delftse en de Rotterdamse Wisselbank. Toch bleef de Amsterdamse Wisselbank veruit de belangrijkste. Het aantal rekeninghouders was ook veel groter dan dat van andere banken, ook die in het buitenland.

Einde Wisselbank

Mensen konden geen geld lenen bij de Amsterdamse Wisselbank, daarvoor moesten ze terecht bij de Banken van Leening. De Wisselbank leende echter wel geld aan de VOC en het Amsterdamse stadsbestuur. Regelmatig waren er onvoldoende contanten aanwezig om alle deposito’s te dekken. De dekking schommelde in 1683 nog altijd rond de 90 procent, maar ging later naar beneden. 

Afbeelding3  

Het aantal contanten en kredieten dat de Wisselbank uit had staan. (Bron; Vriendenvandewitt.nl)

In de achttiende eeuw begon de bank steeds meer en steeds risicovollere leningen te verschaffen, zonder dat daar ruchtbaarheid aan werd gegeven. Toen in 1794 naar buiten kwam dat de Wisselbank in het geheim toch leningen had verschaft aan de VOC, die op dat moment in grote moeilijkheden verkeerde, ontstond er onrust. Daarnaast bleek er geld te zijn uitgeleend aan het bestuur van Amsterdam. Dit was het begin van de val van de bank. Mensen die erop vertrouwden dat hun geld veilig in de kluizen van de Wisselbank was gestald kwamen bedrogen uit. In 1820 sloot de Amsterdamse Wisselbank de deuren. Veel van het goud was toen al weg.

Het verhaal over de val van de Amsterdamse Wisselbank doet denken aan het verhaal van de cryptobeurs FTX. FTX had ongeveer 10 miljard dollar aan klantendeposito’s uitgeleend aan het gelieerde bedrijf Alameda Research. In november ontstond er onrust nadat naar buiten kwam dat er gaten in de balans van Alameda Research zaten en Binance te weten gaf de FTT-tokens, tokens die waren uitgegeven door FTX, te gaan verkopen. Veel mensen begonnen geld van de beurs te halen, maar FTX bleek niet liquide genoeg om klantendeposito’s uit te betalen, net als de Amsterdamse Wisselbank dat niet meer was toen Franse troepen de Republiek binnenvielen.

Het is interessant om te zien hoe het geldwezen zich ontwikkelde in de Nederlanden. De grote verscheidenheid aan munten vroeg om de oprichting van de Wisselbank, die Amsterdam het financiële centrum van de wereld maakte. In Amsterdam werden in die tijd ook de eerste aandelen uitgegeven en ontstond er een handel in derivaten. In 1672 bracht de strijd tegen Fransen, Duitsers en Engelsen een eind aan de Gouden Eeuw van de Republiek, maar een groot deel van onze rijkdom hebben we nog te danken aan deze periode. In het volgende stuk beschrijven we hoe het verder ging met de Republiek.

  

Holland Gold YouTubeKijk ook eens een keer op ons YouTube kanaal

Namens Holland Gold interviewen Paul Buitink en Joris Beemsterboer verschillende economen en experts op macro-economisch gebied. Het doel van de podcast is om de kijker een beter beeld en houvast te bieden in een steeds sneller veranderend macro-economisch en monetair landschap. Klik hier om te abonneren.    

Altijd op de hoogte blijven van het laatste nieuws?
Ontvang wekelijks de laatste analyses over de goudmarkt, macro-economie en het financiƫle systeem.
Wouter Wilmer
Wouter Wilmer