Waar komt die hoge inflatie vandaan?

Door: Frank Knopers 

De prijzen van veel producten zijn het afgelopen jaar sterk toegenomen. Waar centrale banken jarenlang probeerden de inflatie aan te jagen lijkt nu alles in stroomversnelling te komen. De inflatie wordt veelal toegeschreven aan hoge energieprijzen en transportkosten, maar volgens waardebelegger Bob Robotti is dat niet het volledige verhaal. Kijken we van een grotere afstand naar de markt, dan wordt volgens hem duidelijk waar alle prijsstijgingen hun oorsprong vinden.

In een interview met The Star legt Robotti uit dat de prijzen van veel producten de afgelopen decennia laag zijn gebleven als gevolg van globalisering. Bedrijven verplaatsten hun productie massaal naar lagelonenlanden, waardoor de kosten verder daalden. Die lagere kosten hielden de prijzen van producten in de winkels laag. Dat verhoogde de koopkracht van consumenten in veel westerse landen.

China

In een paar decennia is China uitgegroeid tot de fabriek van de wereld. Zij overspoelden de wereld met goedkope producten, samen met een aantal andere Aziatische export gedreven economieën. Maar de tijd dat die landen extreem goedkoop produceerden is voorbij. Tegenwoordig stijgen ook daar de kosten, enerzijds door stijgende lonen en anderzijds door duurdere grondstoffen. De producentenprijzen in China en in andere Aziatische economieën stijgen tegenwoordig ook met dubbele cijfers.

Dit betekent dat veel producten die China produceert steeds duurder worden. Naarmate de Aziatische economieën volwassen worden en een interne markt ontwikkelen worden zij minder afhankelijk van export van goedkope producten. Bovendien stijgen de lonen, kosten die worden doorberekend in de kostprijs van producten. En dat merken we in westerse landen aan de prijzen in winkels.

Centrale banken kunnen inflatie niet sturen

Wat centrale banken geleerd hebben is dat ze de prijzen niet naar eigen hand kunnen bijsturen. Nadat ze jarenlang zonder effect probeerden de inflatie aan te jagen dreigt die nu volledig uit de hand te lopen. Dat komt omdat centrale banken geen invloed kunnen uitoefenen op tal van factoren die de prijzen van goederen en diensten beïnvloeden. Evenmin hebben zij controle over de loonkosten en prijzen in andere landen, waar veel goederen geproduceerd worden.

Robotti benadrukt dat de Amerikaanse economie, hoe groot deze ook is, slechts een bescheiden rol speelt ten opzichte van de wereldeconomie. Factoren als stijgende energieprijzen, hogere transportkosten en stijgende grondstofprijzen zijn dan ook maar in zeer beperkte mate te beïnvloeden door de Amerikaanse centrale bank. Wanneer prijzen in lagelonenlanden verder stijgen heeft dat ook effect op de prijzen in landen waar men deze goederen gebruikt.

Is de inflatie tijdelijk?

Veel centrale banken houden vol dat de hoge inflatie van tijdelijke aard is en gebruiken dit als excuus om langer vast te houden aan een ruim monetair beleid. Een riskante strategie, omdat aanhoudend hoge inflatie zeer schadelijk is voor de economie en de maatschappij. Hoge inflatie treft vooral de lagere inkomens, omdat die relatief veel geld kwijt zijn aan boodschappen en energie. Vermogende mensen hebben meer mogelijkheden om zich te beschermen tegen inflatie, bijvoorbeeld door aandelen, vastgoed of edelmetalen te kopen. Hoge inflatie versterkt dus de economische ongelijkheid.

Of de inflatie werkelijk van tijdelijk aard is, dat valt nog maar te bezien. Wat opvalt is dat de producentenprijzen in veel landen momenteel ruim in de dubbele cijfers zitten. Die prijsstijgingen zullen linksom of rechtsom worden doorberekend aan de consument. Met alle gevolgen van dien voor de koopkracht van huishoudens en de groei van de economie.

Deze bijdrage is afkomstig van Geotrendlines