Reële rente in Duitsland naar -2,5%

 

Spaarders betalen in toenemende mate de rekening voor het de coronacrisis. Zo daalde de reële rente in Duitsland in mei naar een nieuw dieptepunt van bijna -2,5%. Dit is de koopkracht die je als spaarder verliest met een Duitse 10-jaars staatslening na correctie voor de inflatie. En dat is geen nieuwe trend, want de reële rente in veel Europese landen al veel langer negatief. In Duitsland ligt de reële rente nu al 62 maanden op rij onder het nulpunt, wat betekent dat spaarders al jaren koopkracht inleveren.

De oorzaak van de negatieve reële rente is tweeledig. Door een vlucht naar veilige havens en de aanhoudende vraag naar staatsobligaties als veilig onderpand is de rente verder gedaald. Tijdens de coronacrisis konden verschillende Europese landen zelfs tegen negatieve rente lenen, waarbij de Duitse 10-jaars rente in maart 2020 een historisch dieptepunt van -0,9% bereikte. Sindsdien is de rente weer wat gestegen, maar met -0,19% nog altijd negatief. Tegelijkertijd is de inflatie de laatste maanden sterk opgelopen, waardoor de koopkracht van het geld afneemt.

Negatieve rente

Dat de reële rente in verschillende Europese landen negatief is, dat is geen nieuws. Maar nu banken de negatieve rente in toenemende mate doorberekenen gaan ook spaarders de pijn voelen. Met ingang van deze maand hebben verschillende banken in Nederland de drempel voor negatieve rente verlaagd, in de meeste gevallen tot €100.000. Dat betekent dat de waarde van spaargeld boven deze grens in hoog tempo verdampt.

Bij een reële rente van -2,5% (2% inflatie en 0,5% negatieve spaarrente) verliest spaargeld in tien jaar tijd al meer dan 20% van haar koopkracht. Daar komt nog eens bij dat spaargeld boven de €100.000 niet onder het depositogarantiestelsel valt. U betaalt dus rente, maar krijgt daar geen enkele zekerheid voor terug als een bank omvalt.

Negatieve rente is een vorm van financiële repressie, die wordt versterkt door het rentebeleid van centrale banken. De ECB hanteert een negatieve depositorente van -0,5%, terwijl de Zwitserse centrale bank zelfs -0,75% in rekening brengt. Dat zijn de tarieven die banken betalen wanneer ze overtollige spaartegoeden moeten stallen bij de centrale bank.

Spaarders die geen rente willen betalen moeten dus op zoek naar alternatieven. Denk bijvoorbeeld aan edelmetalen als goud en zilver, bezittingen die hun koopkracht op de lange termijn beter weten vast te houden dan geld.

Reële rente in Duitsland (Grafiek via @Holgerschaepitz)

Deze bijdrage is afkomstig van Geotrendlines