ECB worstelt met inflatie: Wel of geen tapering?

 

Net als veel andere centrale banken worstelt ook de ECB met de afbouw van haar opkoopprogramma. Nu de economie weer groeit en inflatie de pan uit rijst moet de centrale bank iets doen om oververhitting van de economie te voorkomen. Daarom kijkt de markt nu aandachtig naar het opkoopprogramma, want daarmee houdt de centrale bank de rente laag. Sinds het begin van de coronapandemie hebben centrale banken in de eurozone al meer dan €1.500 miljard aan staatsobligaties opgekocht. Daardoor is het kredietrisico op staatsobligaties zo goed als nul, met als bijkomstig effect dat zelfs landen als Italië en Griekenland gratis kunnen lenen.

Tijdens een persconferentie in september maakte de ECB haar voornemen bekend om het opkoopprogramma af te bouwen. Tot op heden is daar echter weinig van terechtgekomen. Cijfers van de centrale bank laten zien dat ze nog steeds voor ongeveer €70 miljard aan obligaties per maand opkoopt. Dat is meer dan in dezelfde periode van vorig jaar, wat suggereert dat de centrale bank nog niet zoveel haast maakt om het opkoopprogramma af te bouwen. Lagarde waarschuwde al voor een te snelle aanpassing van het monetaire beleid, een fout die de centrale bank in 2011 ook al maakte. Ze verhoogde toen in twee stappen de rente, waarna de Europese schuldencrisis losbarstte.

Maandelijkse aankopen staatsobligaties door de ECB

Fragmentatie in de eurozone

De ECB is dus terughoudend met het afbouwen van haar opkoopprogramma. En dat is ergens ook wel begrijpelijk, want de risico's van een te snelle stijging van de rente zijn gigantisch. In tegenstelling tot de Federal Reserve en de Bank of England moet de ECB haar monetaire beleid namelijk afstemmen op 19 verschillende landen. Terwijl landen als Duitsland en Nederland al enige tijd aandringen op een verkrapping van het monetaire beleid vrezen landen als Italië en Griekenland voor de gevolgen. Hun gigantische staatsschuld van respectievelijk 156% en 205% van hun bbp kan namelijk snel een probleem worden als de markt het vertrouwen verliest.

Grote renteverschillen tussen staatsobligaties van verschillende eurolanden zijn een nachtmerrie voor Lagarde. Het kan een nieuwe Europese schuldencrisis uitlokken. De laatste dagen zagen we het renteverschil tussen staatsleningen van Italië en Duitsland verder oplopen tot 1,46 procentpunt. Dat is het hoogste niveau sinds september vorig jaar en ruim 30 basispunten meer dan twee maanden geleden. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de ECB op de achtergrond al werkt aan een alternatief opkoopprogramma. Daarmee houdt ze een instrument in handen om in te grijpen in tijden van stress op de financiële markten. Met dit nieuwe programma kan ze in noodgevallen obligaties van probleemlanden opkopen.

De ECB heeft sinds de coronacrisis al voor meer dan €1.500 miljard opgekocht

Hoe nu verder?

De ECB wil haar opkoopprogramma niet te snel afbouwen, laat staan de rente verhogen. Daarom zoekt de centrale bank allerlei excuses om het proces van tapering zoveel mogelijk te vertragen. Afgelopen zomer verruimde de ECB haar inflatiedoelstelling door een hogere inflatie te tolereren. En nu de inflatie torenhoog is zegt de centrale bank dat dit slechts een tijdelijk fenomeen is. Het doet de geloofwaardigheid van de centrale bank en haar monetaire beleid bepaald geen goed.

Zoals we eerder al schreven betalen spaarders op dit moment de rekening van de coronacrisis. Zij krijgen geen rente meer of moeten zelfs rente betalen aan hun bank, terwijl de inflatie in de eurozone nu al 4,9% op jaarbasis is. In Nederland ligt de inflatie met 5,6% zelfs nog wat hoger. De koopkracht van spaarders smelt weg. Daardoor worden alternatieven als beleggen in aandelen en goud kopen steeds interessanter. Momenteel is de reële rente sterk negatief, wat historisch gezien gunstig is voor het edelmetaal.

Deze bijdrage is afkomstig van Geotrendlines