Actuele koersen (kg): Goud €69.516 Zilver €923
    

De gouden eeuw; de financiering van de Nederlanden die zich losvochten van de Spanjaarden

 

In het vorige stuk van de reeks over monetaire geschiedenis beschreven we het geldgebruik in de middeleeuwen. We beschreven hoe het bankwezen zich ontwikkelde en hoe er weer munten werden geslagen in Europa, zo ook de eerste gulden in 1325. Na de Middeleeuwen ontstond een glansrijke tijd voor Nederland als het aankomt op onze welvaart, de Gouden Eeuw. Maar hoe werkten de provinciën eigenlijk samen in hun strijd tegen de Spanjaarden? En hoe betaalden de Nederlanden voor de dure oorlog tegen Spanje en Engeland?

Achtergrond 

Rond 1550 bestond het gebied van de Nederlanden uit allerlei autonome provincies. Holland en Zeeland waren toen al sterk ontwikkelde gebieden, zeker vergeleken met provincies zoals Overijssel of Drenthe. De provincies stonden allemaal onder het gezag van de Spanjaarden, maar vormden nog niet echt één land. Mensen uit Gelderland voelden soms eerder rivaliteit ten opzichte van mensen uit Holland dan dat ze hen als landgenoot beschouwden.

Er ontstond groeiende ontevredenheid over het Spaanse bewind. Zo zagen de Spanjaarden het Katholicisme als het enige ware geloof. Mensen die afvallig waren, de ketters, stonden zeer zware straffen te wachten. Hierdoor kwamen de Spanjaarden op gespannen voet te staan met de steden, die liever zelf wilden bepalen hoe ze omgingen met de ketters. 

Afbeelding1

Het Spaanse rijk rond 1550 (Bron; Wikipedia)

Daarnaast voerden de Spanjaarden belastingen in waar fel verzet tegen was. Zo kwam er een belasting op land, maar later ook op bier, wijn en wol. Steden en provincies wilden hun eigen beleid uitstippelen en niet beklemd worden door steeds verdere centralisatie. Uit deze ontevredenheid zou een opstand ontstaan die uiteindelijk uitmondde in de tachtigjarige oorlog.

Grote verschillen

Het interessante is dat de Nederlanden nog geen uniform belastingstelsel kenden. Iedere provincie  hief belasting op haar eigen manier. In elke provincie verschilden de producten die werden belast, maar ook de bijbehorende tarieven. Zo werd in Groningen er Friesland nauwelijks belasting over alcohol betaald, maar in Utrecht juist weer wel. Nog een voorbeeld is de haardstedenbelasting, die in Utrecht al vroeg werd ingevoerd, maar in Drenthe pas veel later verscheen.

Ook de steden waren in dat opzicht nog zeer zelfstandig. Steden die in de Middeleeuwen stadsrechten hadden verkregen verdienden geld door bijvoorbeeld tol te heffen. Op invoerrechten na was alles dus nog zeer regionaal geregeld. In bepaalde regio’s, veelal buiten Holland, golden ook nog oude privileges voor bijvoorbeeld mensen van adel. 

Financiering oorlogen

Ironisch genoeg zorgde het gebrek aan soevereiniteit onder het Spaanse bewind er juist voor dat de provincies hun eigen belangen vrijwillig aan de kant zetten om het samen op te nemen tegen de Spanjaarden. Daartoe werd besloten de kosten voor oorlogsvoering te delen, naar gelang de welvaart van elke provincie. Deze bijdragen werden quota genoemd. 

Holland, met de rijke handelsstad Amsterdam, droeg voor meer dan de helft bij aan de kas, terwijl het arme Drenthe de jaarlijkse begroting slechts met 1% spekte, zoals valt te lezen in het boek A Financial History of The Netherlands. Elke provincie droeg dus bij aan de totale begroting, maar de Staten-Generaal bemoeide zich niet met de vraag hoe elke provincie aan dit geld moest komen.

Het grootste deel van het budget van de Nederlanden werd aangevuld door het systeem van de quota. Er werd ook verdiend aan reispapieren die moesten worden verschaft en er waren slechts een paar uniforme belastingen, zoals accijnzen op zout, zeep en bier. Toch was dit alles zeer marginaal. Convooien en licenten brachten meer geld in het laatje. Dit waren betalingen om handelsschepen bescherming te geven of om het recht te verkrijgen handel te drijven met de vijand.

Belastingpacht 

De provincies wilden graag zeker zijn van het bedrag dat er aan belastingen binnenkwam. Daarom werd een deel van de rechten om belasting te innen verkocht aan de hoogste bieder. Dit wordt belastingpacht genoemd. Zo was er voor de provincie geen onzekerheid over het bedrag dat aan belasting binnenkwam en hoefde er ook geen persoon worden aangesteld door de provincie om die belasting te innen.

De pachter kocht een contract vaak voor zes maanden tot een jaar en kon zo in een bepaalde regio belasting gaan innen. De pachter nam hiervoor zelf personeel aan. De pachter maakte winst als hij meer geld had geïnd dan dat hij had betaald aan de provincie. Zo was er ook een prikkel voor de pachter om het proces goed te verzorgen. De pachter draaide echter ook op voor de verliezen als hij er niet in slaagde genoeg belasting te innen. 

De belastingpachters hadden daardoor de neiging zoveel mogelijk belasting te innen. Dit leidde soms tot grote onvrede onder de bevolking. Hoewel er lange tijd geen grote onrust ontstond, ging het tijdens de zogeheten pachtersoproer in 1748 mis. De steeds hogere belastingen die de pachters vroegen in combinatie met economische neergang zorgde voor plunderingen en vernielingen in Groningen, waarna de oproer zich verspreidde naar Amsterdam, Leiden en Haarlem.

 Afbeelding2

Een afbeelding van de pachtersoproer in 1748 (Bron; Wikipedia)

Schuld

A Financial History of the Netherlands gaat ook diep in op de schuld die de Republiek opbouwde. De oorlogen die de Republiek voerde brachten enorme kosten met zich mee. Ongeveer 90% van de jaarlijkse kosten van de Republiek waren een direct gevolg van oorlogsvoering. In 1586 bedroegen de kosten nog 2,9 miljoen gulden, maar na elk jaar oorlog stegen deze kosten. 

Tijdens het twaalfjarig bestand daalden de oorlogsuitgaven, maar toen de oorlog weer hervat werd, stegen de jaarlijkse kosten al naar 22 miljoen gulden. Door de oorlogen tegen de Engelsen rezen de kosten al helemaal de pan uit. In 1672, het rampjaar, bedroegen de uitgaven maar liefst 40 miljoen gulden, een enorm bedrag voor die tijd.

 Afbeelding3

De oorlogen van de Republiek werden vaak op zee uitgevochten (Bron; Muzeeum)

Hoewel de kosten dus flink stegen, bleven de jaarlijkse quota vanaf 1616 tot aan het einde van de Republiek veelal gelijk. Als de Republiek meer uitgaf dan er aan quota binnenkwam moest ze lenen op de markt. In de beginperiode van de oorlog waren de rentes nog hoog. Een van de manieren waarop de Nederlanders hun kredietwaardigheid verhoogden was door bezittingen van de katholieke kerk te confisqueren.

Het hielp de Republiek enorm dat het financiële centrum van de wereld zich van Antwerpen naar Amsterdam had verplaatst. Hierdoor kon de Republiek tegen zeer lage rentes lenen. In de beginperiode van de oorlog tegen de Spanje waren de rentepercentages weliswaar hoog, maar de daling werd al redelijk snel ingezet. Dit kwam mede door groeiend optimisme over het verloop van de oorlog en de enorme groei van de handel door de Republiek. Rond 1650 fluctueerde de rentestand een lange tijd rond de 4%. Andere landen bekeken de Republiek met scheve ogen; daar kon veel minder en tegen veel hogere rentes geld worden geleend.

 Afbeelding5

De ontwikkeling van de staatsschuld vanaf 1600 tot het jaar 1796 (Bron; A Financial History of the Netherlands).

 Afbeelding6

De ontwikkeling van de rentepercentages waartegen de Republiek kon lenen vanaf 1552 tot aan 1796 (Bron; A Financial History of the Netherlands).

Het valt op dat de rentepercentages steeds daalden naarmate de tijd vorderde, terwijl de schuld van de Republiek steeds toenam. Er was ontzettend veel vertrouwen in de Republiek in de Gouden Eeuw en er was heel veel kapitaal beschikbaar, waardoor de rentepercentages veel lager waren dan in omringende landen. Pas aan het einde van de Republiek veerden de rentepercentages weer omhoog toen Franse troepen de Republiek binnentrokken.

Het is ontzettend interessant om te zien hoe de Republiek stand kon houden tegen het grote Spanje en het machtige Engeland. Grote figuren als Michiel de Ruyter deden in deze periode grote naamsbekendheid op. Nederland zou nog een lange tijd veel rijkdom en welvaart te danken hebben aan de bloeiperiode van de Republiek. In het volgende stuk gaan we verder in op het geldgebruik in de Republiek.

 

Holland Gold YouTubeKijk ook eens een keer op ons YouTube kanaal

Namens Holland Gold interviewen Paul Buitink en Joris Beemsterboer verschillende economen en experts op macro-economisch gebied. Het doel van de podcast is om de kijker een beter beeld en houvast te bieden in een steeds sneller veranderend macro-economisch en monetair landschap. Klik hier om te abonneren.    

Altijd op de hoogte blijven van het laatste nieuws?
Ontvang wekelijks de laatste analyses over de goudmarkt, macro-economie en het financiële systeem.
Wouter Wilmer
Wouter Wilmer
Cookie-voorkeuren

Holland Gold maakt gebruik van functionele en tracking cookies om o.a. uw gebruikservaring op de website te verbeteren, content te personaliseren en advertenties.

Lees meer over ons cookiebeleid.
Wij geven om uw privacy

U kunt uw cookie-voorkeuren instellen door de verschillende hieronder beschreven cookies te accepteren of te weigeren

Noodzakelijk

Noodzakelijke cookies helpen een website bruikbaarder te maken door basisfuncties zoals paginanavigatie en toegang tot beveiligde delen van de website mogelijk te maken. Zonder deze cookies kan de website niet goed functioneren.

Vereist
Voorkeuren

Met voorkeurscookies kan een website informatie onthouden die de manier verandert waarop de website zich gedraagt of eruit ziet, zoals uw voorkeurstaal of de regio waarin u zich bevindt.

Statistieken

Statistische cookies helpen website-eigenaren te begrijpen hoe bezoekers omgaan met websites door anoniem informatie te verzamelen en te rapporteren.

Marketing

Marketingcookies worden gebruikt om bezoekers op verschillende websites te volgen. Het is de bedoeling advertenties weer te geven die relevant en aantrekkelijk zijn voor de individuele gebruiker en daardoor waardevoller voor uitgevers en externe adverteerders.